Zij maakte zich als moeder zorgen om haar zonen

 

     Nephi en zijn broers waren de wildernis ingegaan om vanuit Jeruzalem naar hun vader terug te keren en toen Lehi hen zag was hij met vreugde vervuld, en ook hun moeder Sariah was buitengewoon verblijd, want zij had waarlijk om hen getreurd. Zij had verondersteld dat haar zoons in de wildernis waren omgekomen; en ook had zij Lehi verwijten gemaakt door hem te zeggen dat hij een man van visioenen was, zeggende: "Zie, gij hebt ons uit ons erfland weggevoerd, en mijn zoons zijn niet meer, en wij komen om in de wildernis."

 

    Maar Lehi had tegen haar gezegd dat hij wist dat hij een man van visioenen is want als hij de dingen Gods niet in een visioen had gezien, zou hij de goedheid Gods niet hebben gekend, doch in Jeruzalem zijn gebleven en met zijn broers zijn omgekomen. Verder had hij tegen haar gezegd dat hij een land van belofte had gekregen en dat hij daar heel blij mee was en hij wist dat de Heer zijn zoons uit de handen van Laban zou bevrijden en hen bij hun zou terugbrengen.

 

    Met dergelijke taal troostte Lehi Sariah aangaande hun zonen, terwijl deze door de wildernis trokken naar het land Jeruzalem om de kroniek der Joden te verkrijgen. Toen zij echter bij de tent van hun vader Lehi waren teruggekeerd, was hun vreugde overvloedig en Sariah voelde zich getroost en zei: "Nu weet ik zeker dat de Heer mijn echtgenoot heeft geboden de wildernis in te vluchten; ja, en ik weet ook zeker dat de Heer mijn zoons heeft beschermd en hen uit de handen van Laban heeft bevrijd en hun macht heeft gegeven, waardoor zij konden volbrengen wat de Heer hun had geboden." Ja, ze waren zo blij dat zij zich buitengewoon verheugden en de Heer offerande en brandoffers offerden; en zij dankten de God Israëls. (Zie 1 Nephi 5:1-9.)

 

    Hoewel Sariah's morren niet verontschuldigd kan worden, moeten wij er wel aan denken, voordat wij haar te hard beoordelen, dat zij zich als moeder zorgen maakte om haar zoons, die zij liefhad en dat zij minstens al een maand of misschien nog langer op hen wachtte. Hun weg was door een land met een bar klimaat, gevaarlijke reptielen, gevaarlijke dieren en rondzwervende roversbenden. Hun taak was terug te keren naar Jeruzalem waar Sariah van wist dat daar het leven van haar man in gevaar was geweest. (Zie 1 Nephi 2:20.) U kunt zich voorstellen dat zij zich ondanks haar geloof erg veel zorgen maakte. Haar dankbaarheid spreekt duidelijk uit het getuigenis dat zij aflegde toen haar zonen waren teruggekeerd.

 

    Op de koperen platen die haar zoons hadden meegenomen stonden heilige geschriften gegraveerd. Zij bevatten een verslag van Gods handelingen met de mensen vanaf het begin tot aan hun tijd. Zij waren het geschiedboek van de Joden (1 Nephi 3:3) een verslag van de profetieën vanaf het begin tot en met een deel van de profetieën van Jeremia. De wet van Mozes, de vijf boeken van Mozes en de genealogie van de voorouders van de Nephieten stonden erop gegraveerd. (1 Nephi 3:3, 20; 4:15-16; 5:11-14.)

 

    Er stond meer op dan wat wij nu in het Oude Testament hebben. (1 Nephi 13:33.) De profetieën van Zenock, Neum, Zenos, Jozef de zoon van Jakob en waarschijnlijk nog andere profeten waren erop bewaard en vele van deze geschrif-ten voorspelden dingen die betrekking hadden op de Nephieten. (1 Nephi 19:10, 21; 2 Nephi 4:2, 15; 3 Nephi 10:17.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.