Lehi’s zoons nodigen Ismaël en zijn gezin uit

 

     Nephi wilde dat u weet dat de Heer tot Lehi sprak, zeggende dat het niet goed voor hem was dat hij alleen zijn eigen gezin zou meenemen de wildernis in, maar dat zijn zoons, dochters tot vrouw moesten nemen om voor de Heer nageslacht te verwekken in het land van belofte en dat de Heer hem gebood dat Nephi, en zijn broeders wederom naar het land Jeruzalem terug gingen om Ismaël en zijn gezin mee terug te brengen.

 

     Toen zij naar het huis van Ismaël gingen en genade vonden in zijn ogen, zij de woorden des Heren tot hem spraken. Toen gebeurde het dat de Heer het hart van Ismaël en zijn huisgezin verzachte, zodat zij met hun meereisden naar de tent van hun vader. Onderweg kwamen Laman en Lemuël, twee dochters van Ismaël, en twee zoons van Ismaël met hun gezin tegen het plan in opstand. Zij zeiden tegen Nephi, Sam, hun vader Ismaël en zijn vrouw en zijn drie overige dochters, dat zij terug wilde keren naar het land Jeruzalem.

 

     Nephi sprak tegen Laman en Lemuël en zei: "Zie, gij zijt mijn oudere broeders, en hoe komt het dat uw hart zo verstokt is en uw verstand zo verblind dat het voor u nodig is dat ik tot u spreek en u het voorbeeld geef? Hoe komt het dat gij niet naar het woord des Heren hebt geluisterd? Hoe komt het dat gij vergeten zijt dat gij een engel des Heren hebt gezien? Ja, hoe komt het dat gij vergeten zijt welke grote dingen de Heer voor ons heeft gedaan door ons uit de handen van Laban te bevrijden, en ook ons in staat stelde de kroniek te verkrijgen?

 

    Hoe komt het dat gij vergeten zijt dat de Heer in staat is alle dingen volgens zijn wil te doen voor de mensenkinderen, indien zij geloof in Hem oefenen? Daarom, laten wij Hem getrouw zijn en indien wij Hem getrouw zijn, zullen wij het land van belofte krijgen; en gij zult te zijner tijd weten dat het woord des Heren aangaande de verwoesting van Jeruzalem zal worden vervuld; want alles wat de Heer daarover heeft gesproken, moet worden vervuld. Want zie, de Geest des Heren houdt weldra op op hen in te werken, want zij hebben de profeten verworpen, en Jeremia in de gevangenis geworpen. En zij hebben getracht onze vader van het leven te beroven. Dus als gij naar Jeruzalem terugkeert dan zult gij samen met hen omkomen.

 

     Maar Laman en Lemuël waren vertoornd en buitengewoon verbolgen op hem en grepen hem vast en bonden hem met koorden en probeerde hem te doden om hem in de wildernis achter te laten om door wilde dieren te worden verslonden. Maar Nephi bad tot God en zei: "O Heer, wil mij, naar mijn geloof in U, uit de handen van mijn broeders bevrijden; ja, geef mij kracht dat ik deze banden waarmee ik ben gebonden, mag verbreken." Toen werden de banden van zijn handen en voeten losgemaakt, en hij stond voor zijn broeders en sprak opnieuw met hen.

 

     Doch zij waren nog steeds boos op Nephi toen een van de dochters van Ismaël, haar moeder en een van haar broers bij Laman en Lemuël gingen pleiten zodat zij hun hart verzachtten en Nephi niet meer wilde doden. Nadat Laman en Lemuël om vergeving hadden gevraagd schonk Nephi hen oprecht vergeving en spoorde hen aan tot de Heer, hun God, om vergeving te bidden. Toen daalden zij allen af naar de tent van hun vader en dankten de Heer, hun God; en zij offerden Hem offerande en brandoffers. (Zie 1 Nephi 7:1-22.) En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.