Er is geen andere manier

 

     Aan het einde van de achttiende eeuw, waren er mensen die er weinig hoop op hadden, om na hun dood op een andere manier voort te leven, dan in de herinnering van hun nabestaanden. Heden geloofd de overgrote meerderheid niet meer in een God en een hiernamaals, waardoor velen daarom hun hoop maar hebben gevestigd op een nagedachtenis. "We zullen je nooit vergeten", staat niet voor niets vaak geschreven in overlijdensadvertenties, op een overlijdenskaart en op graven. Velen van hen denken dat als hun lichaam ermee stopt, dat dit hun eerste dood is en als mensen je vergeten zijn, sterven zij de tweede dood.

 

     Dit is niet de reden waarom ik columns schrijf, want die worden nu al mondjesmaat gelezen en als ik dood ga dan zal mijn hele oeuvre vast wel in de vergeethoek verdwijnen. Ik denk dat dit voor velen het geval zal zijn, want als je een antiquariaat binnenstapt, dan vind je voor een habbekrats boeken van Tenhaeff en J.H. van den Berg, schrijvers die vroeger veel werden gelezen, maar nu vrijwel zijn vergeten.

 

     Mijn werk overkomt hetzelfde maar mijn hoop is niet gevestigd op mijn naasten en zeker niet op mijn nabestaanden. Ik ga namelijk niet dood en dat gaat niemand. Er vindt alleen maar een scheiding plaats van lichaam en geest. De geest van de mens is eeuwig en kan al heel oud zijn wanneer het lichaam sterft. Als ik namelijk dood ga dan ga ik als geest naar de geestenwereld en daar zie ik al mijn geliefden weer terug. Het zal een blij weerzien worden.

 

     We zijn namelijk in deze wereld gekomen om te sterven. Dat begrepen we al voordat we hier naartoe kwamen. Het maakt deel uit van het plan dat lang voordat de mens op aarde kwam, is besproken en opgezet. We waren klaar en bereid om die reis - uit de tegenwoordigheid van God in de geestenwereld - naar de sterfelijke wereld te maken, hier alles te doorstaan wat met dit leven te maken heeft, de vreugden en de smarten, om vervolgens te sterven; want de dood is net zo essentieel als de geboorte. (1)

 

     De lichamelijke dood is geen blijvende scheiding van de geest en het lichaam. Hoewel het lichaam tot stof vergaat, is het slechts een tijdelijke scheiding, die eindigt op de dag dat we herrijzen. Dan wordt het lichaam uit het stof geroepen om, verkwikt door geest, opnieuw te leven. Die zegen komt tot iedereen dankzij de verzoening van Christus, ongeacht of ze in hun leven goed of slecht hebben gedaan.

 

     Paulus heeft gezegd dat er een opstanding van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen zal zijn. (2) De Heiland heeft gezegd dat allen in de graven Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan, 'wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.' (Johannes 5:29.) (3)

 

     Elk essentieel deel van het lichaam zal in de opstanding tot zijn oorspronkelijke plek worden hersteld, ongeacht wat er van het lichaam in de dood geworden is. Of het nu in een brand verteerd is of door haaien is opgegeten. (4)

 

     De geest kan niet volmaakt worden zonder het lichaam van vlees en beenderen. Ons lichaam en geest ontvangen dankzij de opstanding de onsterfelijkheid en de zegeningen van het eeuwig heil. Na de opstanding zal er geen scheiding meer zijn, het lichaam en de geest worden onlosmakelijk verbonden, zodat de mens een volheid van vreugde kan ontvangen. Geesten kunnen alleen door hun geboorte in dit leven en de opstanding zoals God onze hemelse Vader worden. Er is geen andere manier. (5)

 

    Als u als God wil worden dan is het zaak dat u zich zo spoedig mogelijk verdiept in de leer van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', als het u niets uitmaakt zou ik u toch willen aanraden om dit bij die kerk te onderzoeken, want dan kan u hoe dan ook gebruik maken van uw keuzevrijheid. En dit is mijn getuigenis in Jezus Christus naam. Amen. 

 

(1. In: 'Services for Miss Nell Sumsion', Utah Genealogical and Historical Magazine, januari 1938, blz. 10-11.)

 

(2. Handelingen 24:15.)

 

(3. 'What Is Spiritual Death?' Improvement Era januari 1918, blz. 191-192; zie ook Doctrines of Salvation, 2:216-217.)

 

(4. 'Answers to Gospel Questions', samengesteld door Joseph Fielding Smith jr., vijf delen, 1957-1966, deel 5, blz. 103.)

 

(5. 'The Law of Chastity', Improvement Era, september 1931, blz. 643; zie ook Doctrines of Salvation, 2:85-86.)